Een eerste aanwerving: krijgt mijn medewerker het arbeidsstatuut ‘arbeider’ of ‘bediende’?

Home Een eerste aanwerving: welk arbeidsstatuut krijgt mijn medewerker?

Het juiste arbeidsstatuut bepalen heeft gevolgen voor je eerste medewerker én voor jekmo. Zo zijn er bijvoorbeeld grote verschillen bij het uitbetalen van vakantiegeld en in het geval van ziekte. Keuzestress hoef je gelukkig niet te hebben, want deze statuten zijn bij wet (of rechtspraak) bepaald. In deze blog lees je alles wat je erover moet weten.

In de praktijk is het verschil tussen een arbeider en een bediende niet altijd even evident. Je zou denken: een arbeider verricht ‘handenarbeid’, een bediende ‘hoofdarbeid’. Maar wat met een eventmedewerker die enerzijds een evenement coördineert, maar anderzijds de dag zelf ook de handen uit de mouwen steekt? Of wat met een verkoper die af en toe de rekken aanvult in de winkel?

Meer dan 30 werknemersstatuten

Vroeger werd er vooral gekeken naar welk soort arbeid het overwicht had in een functie. Vandaag zijn er voor de meeste functies strekkingen in de rechtspraak, waarmee het arbeidsstatuut voor bepaalde functies is vastgelegd. Zo worden nachtwakers en badmeesters beschouwd als arbeiders, terwijl nachtreceptionistes en verpleegsters bedienden zijn.

Belangrijk om te weten is dat de wet zich niet beperkt tot ‘arbeiders’ en ‘bedienden’. In totaal zijn er meer dan 30 werknemersstatuten: van hulppersoneel, leercontracten, handelsvertegenwoordigers tot jobstudenten. Vaak zijn er ook binnen sectoren extra statuten in het leven geroepen, zoals in de horeca of kunstsector. Een huzarenstukje dus om het juiste arbeidsstatuut te bepalen, zeker als je binnen je kmo weinig ervaring hebt hiermee.

Maak de juiste keuze!

Wat zijn de gevolgen als je het foute arbeidsstatuut kiest? Mogelijk moet je heel wat onverwachte kosten ophoesten, wat je natuurlijk koste wat kost wilt vermijden. Stel dat je je eerste medewerker het verkeerde statuut toekent. Dan kan achteraf blijken dat je te weinig patronale bijdragen hebt betaald aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Of, vice versa, dat je te veel hebt betaald. Onze Payroll experts zorgen ervoor dat je het juiste statuut toekent aan je eerste medewerker, zodat je achteraf niet voor een onaangename verrassing staat.

Verschillen arbeider en bediende

Goed om te weten is dat er voor jouw kmo minder administratieve verschillen zijn tussen een arbeider en bediende dan vroeger. Sinds 1 januari 2014 is het onderscheid tussen arbeiders en bedienden deels weggewerkt. Zo zijn de bepalingen omtrent opzegtermijnen gelijkgetrokken(voor contracten die gesloten zijn na 2014).

Dit zijn vandaag de essentiële verschillen tussen arbeider en bediende die voor jouw kmo van belang zijn:

  • Als bedienden hun (hoofd)vakantie opnemen, betaal je hen meteen enkel en dubbel vakantiegeld. Arbeiders, daarentegen, ontvangen hun vakantiegeld via de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) of via het bevoegde vakantiefonds. Daarom betaal je bij arbeiders ook meer patronale bijdragen (op 108% van het loon).
  • Bedienden krijgen een maandloon, arbeiders een uurloon.
  • Arbeiders kunnen tijdelijk werkloos gesteld worden omwille van economische redenen; bedienden niet.
  • Kan jouw medewerker door ziekte of door een ongeval niet werken? Dan heeft hij recht op een gewaarborgd loon. Bij bedienden (met een contract van onbepaalde duur) betaal je het loon van de eerste maand volledig uit, bij arbeiders bedraagt het gewaarborgd loon ‘amper’ twee weken. Is je medewerker langer ziek, dan kan hij terecht bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV).